De afgelopen maanden hebben we een aantal testcases uitgevoerd met een nieuwe kwantitatieve onderzoeksmethode. De meest recente pilot in samenwerking met Ruben Timmerman, gepubliceerd op MarketingFacts, Usarchy en ons eigen weblog, heeft een grote berg interessante data opgeleverd over de templates van Eduhub. Op basis van de input van gebruikers zijn er duidelijk positieve en negatieve elementen aan te wijzen. Reden genoeg om de testmethode verder te ontwikkelen en officieel te dopen: Userate.
Heeft u vragen, interesse in de methode of in de toepassing daarvan? Neem gerust contact met ons op.
In een artikel op het Engelstalige weblog ‘Searchwritten‘ worden twee onderzoeken over de wijze waarop bezoekers webteksten lezen vergelijken. Jakob Nielsen claimt dat gebruikers in de gemiddelde tijd dat zij een pagina bezoeken slechts 20-28% van de teksten kunnen lezen. Een onderzoek van Poynter Group stelt dat 77% van de woorden van een artikel van een online krant worden gelezen, als een persoon besluit om het artikel te lezen. Het verschil in deze percentages zit in de onderzoeksopzet: Poynter meet het percentage woorden dat gelezen wordt, nadat de bezoeker besluit om een artikel te lezen.
Op basis van beiden onderzoeken trekt de auteur van Searchwritten de volgende conclusies met betrekking tot zoekmachine optimalisatie en tekstschrijven:
Time to read: 25 seconds + 4,4 seconds for 100 words extra; (Nielsen)
20% to 28% of web texts can ON AVERAGE be read given the time people spend on webpages; (Nielsen)
however, IF people read a news story, they read 77% of the text (Poynter);
this high percentage is presumably lower on web shops and business sites (IMHO);
but if people find a text interesting, they WILL read it (IMHO);
people read in different ways: they scan (50%) AND read from top to bottom (50%) (Poynter);
navigational elements AND alternative story forms attract readers. Secondly, headings and images are important (Poynter).
Door slim en doeltreffend om te gaan met social networks en online publicaties kun je eenvoudig grote invloed uitoefenen op je online identiteit. Door bewust gebruik te maken van de krachtige netwerkmogelijkheden van bijvoorbeeld LinkedIn, Twitter en publicaties of reacties op vakgerichte weblogs kun je werken aan je ‘personal brand’.
Enkele tips voor werken aan je online netwerk:
Bouw doelgericht aan je netwerk op basis van je eigen interesses: verbind met mensen die interesses delen en neem de tijd om je te verdiepen in je (toekomstige) connecties.
Creeer zichtbaarheid door inhoudelijke publicaties over de onderwerpen of dingen waar je mee bezig bent of kennis over bezit, dit stelt anderen in staat om eenvoudig een beeld te vormen van je kennis en ervaring.
Wees je bewust van de informatie die je deelt met anderen en de waarde die je daarmee toevoegt.
Gooi jezelf in het diepe: al het begin is moeilijk. Alleen door het investeren van tijd en door het geduld op te brengen om je een beeld te vormen van anderen en hun netwerk kun je gericht bouwen aan je eigen netwerk.
Op het Engelstalige weblog Read Write Web verscheen een uiteenzetting over de opkomst van ‘contextual user interfaces‘. In het artikel worden een aantal ontwikkelingen op het gebied van grafische user interfaces toegelicht met interessante voorbeelden: van drukke windows vensters tot vernieuwende webinterfaces.
Bij berichten over usability komen vaak dezelfde voorbeelden van zogenaamde slechte of onbruikbare interfaces bovendrijven. Een groot aantal van deze voorbeelden van sites of producten worden dagelijks gebruikt door een grote groep trouwe gebruikers en vaak positief beoordeeld. Er is dus meer dan een strakke, professionele vormgeving volgens de geijkte richtlijnen van gebruiksvriendelijkheid. Kennis van cognitieve processen kan inzicht geven in gebruikerservaringen.
Een gebruikerservaring kan worden beschreven aan de hand van modellen voor cognitieve verwerking. Cognitiewetenschap is het onderzoeksgebied dat zich bezig houdt met de wijze waarop onze hersenen signalen ontvangen, verwerken en versturen. De basis van een beleving ligt in de cognitieve verwerking. Don Norman, onder andere bekend van het boek ‘The design of everyday things‘, onderscheidt in zijn model voor cognitieve verwerking drie niveau’s van verwerking: visceral, behavorial en reflective. Op welke wijze zijn deze verwerkingsniveau’s van invloed op user experience? Meer lezen
In het artikel wordt een interessant rapport over User Generated Content van Athos Consulting aangehaald. In dit rapport wordt onder andere beschreven wat User Generated Content is, worden recente internetontwikkelingen gerelateerd aan de sociologie en worden succesvolle businessmodellen besproken.
Op Usabilityweb.nl verscheen gisteren een zeer uitgebreid artikel over gebruikersbeleving. Rozalinde Kriens van Concept7 zet in een lang artikel uiteen wat ‘gebruikersbeleving’ is en onderbouwt dit met een aantal interessante bronnen. Kriens combineert in haar artikel een model voor productbeleving van Stephen P. Anderson, een verwerkingstheorie van Cooper et al (2007) en een product-belevingstheorie van Desmet & Dekker (2007) tot een model voor websitebeleving.
Anderson onderscheidt in zijn piramide voor beleving een taakgerichte en een belevingsgerichte invalshoek (zie presentatie, slide 3). De piramide is opgebouwd uit zes lagen: meaningful, pleasurable, convenient, usable, reliable en functional (useful)